skip to Main Content

“Ik weiger op te geven”

Interview met ons jongste lid

Bart* is met zijn 22-jarige leeftijd het jongste lid van de RSI-vereniging. Hoe is RSI bij hem
ontstaan? En hoe gaat hij er nu mee om? Aan RSI-Magazine vertelt hij zijn verhaal.

Heel wat uren achter de computer “Twee jaar geleden zijn de pijnklachten begonnen. Eerst aan mijn rechterkant; toen ik het werk met mijn linkerhand overnam, ontstond ook daar pijn. Ik deed een opleiding voor Game Design and Development, dus je begrijpt dat ik heel wat uren achter de computer heb doorgebracht. Ik ben van jongs af aan gek op computerspelletjes; ik vind het  geweldig om zelf games te ontwikkelen en kan niets anders bedenken waar ik me mee bezig zou willen houden. Ik krijg er een echte kick van als ik iets moois maak.”

‘Er wordt totaal niet op je werkhouding gelet of gecorrigeerd’

“Dit werk kan ik door het ontstaan van RSI-klachten niet meer doen. Sindsdien heb ik heel wat therapieën gevolgd: bij de fysiotherapeut, psycholoog, bij een revalidatiecentrum, een  handencentrum, enzovoorts. Ik heb hier veel van opgestoken, met name over mijn houding en werkmentaliteit. Zo zat ik te veel met mijn nek naar voren, maakte ik veel uren achter elkaar en nam ik nauwelijks pauzes.”

Het begon zo mooi
“De propedeuse van de opleiding heb ik cum laude gehaald. Het tweede jaar gingen de RSI-klachten meer opspelen en het derde jaar heb ik niet echt mee kunnen doen aan de opleiding; ik heb wat ‘meegelopen’. Toch kwam het hard aan, toen ik van de decaan het advies kreeg om te stoppen met de studie. Ik heb mijn hele leven niets anders gedaan dan gamen en  spelletjes ontwikkelen en het is mijn ideaal om daar mijn beroep van te maken.”

‘Ik vind het geweldig om zelf games te ontwikkelen en kan niets anders bedenken waar ik me mee bezig zou willen houden’

Hoe gaat het nu?
“Werken kan nog niet – zelfs koken doet pijn. Maar, inmiddels ben ik van drie minuten aan een computer werken opgeklommen naar een uur pijnvrij achter de computer. Het gaat dus langzaam beter. Ik doe mijn oefeningen, sport veel, eet gezond, zit op dansles en ben op vakantie geweest. Ik ben me er ook bewust van geworden dat ik me meer moet ontspannen en beter moet leren  luisteren naar mijn lichaam. Dat vereist een mentale omschakeling; ik ben wat gemakkelijker geworden in het (niet) doen van dingen, het ‘moeten’ is wat minder. Dat brengt me soms wel in  conflict met mijn ouders – zij zijn harde werkers en begrijpen dit dan niet.” “Op aandringen van mijn moeder ben ik lid geworden van de RSI-vereniging. Zij hoopt dat ik daar wat tips en steun kan vinden. Maar als ik het RSI-Magazine lees, erger ik me toch lichtelijk. Alles ligt zo in de ‘probeer dit’- en ‘probeer dat’-sfeer.”

Waarschuwt de opleiding voor RSI-klachten?

“Totaal niet. Omdat er veel gamers naar deze opleiding komen, zeggen ze tijdens de introductie alleen dat je nog wel moet blijven sporten en je sociale contacten moet onderhouden. Meer niet; niets over werkhouding, pauzes, enzovoorts. Iedereen zit er in de lessen ook heel verschillend bij; er wordt totaal niet op je werkhouding gelet of gecorrigeerd. Ik ben de enige op de hele opleiding
met RSI-klachten. Na de middelbare school ben ik gestopt met sporten om me helemaal op de studie te kunnen concentreren. En wat die sociale contacten betreft: die zijn, zoals bij veel anderen, vooral via sociale media – dat is dus geen goede tegenhanger.”

Zelf doen
“Omdat ik vind dat ik zelf schuldig ben aan het ontstaan van de RSI-klachten, probeer ik er op eigen kracht uit te komen – en doe hiervoor mijn best. Soms gaat het beter  en soms niet. Op dit moment gaat het wat minder en zit ik in een dip. Maar ik weiger op te geven; ik hoop weer terug te keren naar mijn opleiding om mijn ideaal te verwezenlijken.”

Tekst en foto’s: Egbertien Martens
*Gefingeerde naam. Barts echte naam is bij de redactie bekend.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back To Top