skip to Main Content

Over RSI, KANS en CANS

Op deze pagina lichten we het begrip RSI nader toe. Wat is RSI, hoe herken je het, welke misverstanden bestaan er over RSI, en wat is de relatie tussen RSI en KANS (Klachten Arm, Nek en/of Schouder).

RSI is een verzamelnaam voor klachten en symptomen die voorkomen in bovenrug, nek- en schoudergebied, armen, ellebogen, polsen, handen en vingers.

De klachten worden doorgaans veroorzaakt door repeterende bewegingen, een langdurige statische houding of een combinatie van beide. Verder kunnen persoonsgebonden en werkgebonden factoren een belangrijke rol spelen bij het ontstaan, verergeren of het in stand houden van RSI. RSI komt in veel beroepsgroepen voor.

Computerwerkers zijn de bekendste groep met RSI-klachten, denk aan de muisarm. Er zijn echter andere beroepen waar de kans op RSI-klachten een stuk groter is, zoals kappers, musici en slagers. Scholieren en studenten zijn een andere risicogroep, door het vele beeldschermwerk in combinatie met weinig beweging.

In opdracht van de minister van Volksgezondheid en de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft een commissie van de Gezondheidsraad onderzoek gedaan naar de stand van de wetenschap betreffende RSI. In 2000 heeft deze commissie daarvan rapport uitgebracht en onder meer een wetenschappelijke definitie van RSI geformuleerd.

Bij een complexe aandoening als RSI past de volgende complexe omschrijving:

“RSI is een tot beperkingen of participatieproblemen leidend multifactorieel bepaald klachtensyndroom aan nek, bovenrug, schouder, boven- en onderarm, elleboog, pols of hand, of een combinatie hiervan, gekenmerkt door een verstoring van de balans tussen belasting en belastbaarheid, voorafgegaan door activiteiten met herhaalde bewegingen of een statische houding van een of meer van de genoemde lichaamsdelen als een van de veronderstelde etiologische (etiologie: leer van de ziekteoorzaken, red.) factoren.”

Hoe is RSI te herkennen? Wat is het klachtenpatroon van RSI? Om de herkenbaarheid van RSI te verbeteren bij de mensen die er last van hebben lanceren Jip Driehuizen & Carien Karsten in hun boek Omgaan met RSI: hoe u voorkomt dat het chronisch wordt een nieuwe werkdefinitie van RSI.

Let wel: ook als je het onderstaande niet volledig herkent, kan er toch sprake zijn van RSI-klachten. Meer informatie hierover vind je op onze webpagina Klachtenverloop.

Volgens Jip Driehuizen & Carien Karsten is er sprake van RSI als:

  • de klachten langer aanwezig zijn dan ongeveer zes weken.
  • er sprake is van pijn of onaangename, vage gevoelens, dove gevoelens of tintelingen op in ieder geval meer dan een van de volgende locaties: een bepaald plekje tussen de schouderbladen, in de schouderspier, rond het schoudergewricht, rond de elleboog (links, rechts of beide), in de onderarm (rugzijde, voorzijde of beide), in de pols of in een of meer vingers.
  • de klachten snel verergeren door fijne bewegingen en lang in dezelfde houding zitten. Het meest genoemd zijn: computerwerk en autorijden. Vaak verergert de pijn na de klus.
  • de klachten worden geprovoceerd bij kracht zetten met de handen (wringen, tillen).
  • de klachten zich manifesteren in gespannen omstandigheden (bij stress).

Klachten ontstaan vaak tijdens of juist na een periode van toewijding aan een bepaalde taak, drukte en/of stress. Door rust nemen de klachten af, maar deze komen bij aanvang van de provocerende handelingen direct terug. Er is soms sprake van onhandigheid: het handschrift is bijvoorbeeld minder mooi of men laat dingen vallen.

RSI krijg je door beeldschermwerk

In Nederland hebben 3,2 miljoen werkenden last van RSI-klachten, zo blijkt uit onderzoek van TNO Arbeid. Dat komt neer op twee van de vijf werkende mensen en dat zijn echt niet allemaal beeldschermwerkers. RSI komt ook voor bij beroepen die weinig of niets met computerwerk te maken hebben, zoals schoonmakers, lassers, musici, inpakkers, slagers. Volgens het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten heeft maar liefst 81% van de echoscopisten pijnklachten door hun werk.

RSI is hetzelfde als een muisarm

Toen RSI nog uitsluitend in verband werd gebracht met computerwerk kreeg de muis de schuld. RSI werd toen ook wel een muisarm genoemd. Veel muizen achter de computer – vaak in een verkeerde houding en/of op een ergonomisch slecht ingerichte werkplek – is slechts een van de mogelijke oorzaken van RSI.

Tegenwoordig is RSI een verzamelnaam (paraplubegrip) voor alle klachten aan armen, nek en schouders. Dat omvat veel meer dan een muisarm.

Door RSI kom je in de WIA

RSI heeft het imago van een ziekte waarmee je in de WIA (voorheen WAO voor werknemers of WAZ voor zelfstandigen) komt; dat beeld is onjuist. Hoewel RSI-klachten vaak voorkomen en RSI zelfs de meeste gemelde beroepsziekte is, is slechts 3% van de totale WIA-instroom het gevolg van RSI.

De meeste klachten zijn gelukkig geen aanleiding tot langdurig ziekteverzuim. Slechts 1 op de 100 mensen met RSI-klachten verzuimt meer dan drie maanden. Degenen die in die WIA komen gebruiken die tijd doorgaans om hard verder te werken aan hun herstel.

De praktijk wijst uit dat op termijn een belangrijk deel weer terug komt op de arbeidsmarkt.

Als je eenmaal RSI hebt, kom je er nooit meer vanaf

Gelukkig kunnen RSI-klachten ook overgaan. Zelfs mensen die de hele dag pijn hebben bij dagelijkse handelingen, zoals een kopje vasthouden of haren kammen, kunnen weer terugkomen op het niveau van beginnende klachten en dan volledig herstellen. Het is dus een misverstand dat beginnende RSI automatisch uitmondt in chronische RSI.

Het is wel belangrijk om bij beginnende klachten meteen alert te reageren: meer pauzes op het werk, afwisselender werk, betere houding en/of werkplek, zo mogelijk minder stress. Bezoek in een vroeg stadium de huisarts, bedrijfsarts of Arboarts voor adviezen en behandeling.

Mij overkomt dat niet, ik krijg geen RSI

Als in Nederland 3,2 miljoen werkenden RSI-klachten hebben, waarom zou jij het dan niet kunnen krijgen?

Veel RSI-patiënten hebben óók aangenomen dat zij geen RSI zouden krijgen en zijn doorgegaan met langdurig computer- of ander werk, zonder voldoende pauzes, zonder ergonomische maatregelen (goede werkplek) en met te veel ongezonde stress. Totdat zij de pijn niet meer konden negeren en wel moesten stoppen met werken, vaak voor langere tijd.

Neem daarom bijtijds maatregelen en negeer de signalen (pijn in armen, nek en schouders) niet.

De internationale RSI-dag vindt jaarlijks plaats op de laatste dag van februari. Dit is namelijk de minst repetitieve dag van het jaar, omdat dit meestal 28 februari is maar soms 29 februari.

Wereldwijd wordt op deze dag aandacht besteed aan RSI. Als RSI-vereniging brengen we vaak een persbericht uit rond deze datum en organiseren we onze ALV en een themamiddag.

In 2017 hebben we samen met Zit met Pit! en de Hogeschool Rotterdam een persbericht uitgebracht over de duur van beeldschermwerk bij scholieren en onze zorgen daarover. Dit was voor ons onderzocht door studenten van de Hogeschool Rotterdam. Dit heeft geleid tot veel media aandacht.

Alle informatie over het persbericht en de kranten-, radio- en televisieberichten die er het gevolg van waren vind je op onze webpagina over de internationale RSI-dag in 2017.

Aan de term RSI kleeft wel het bezwaar dat sommige mensen een associatie hebben met een modeziekte, of iets dat tussen de oren zit. Nog steeds zijn er mensen die denken dat als er geen aandacht is voor RSI, de bijbehorende klachten vanzelf zullen verdwijnen.

Helaas, was het maar waar! Het aantal mensen onder de Nederlandse beroepsbevolking dat last heeft van RSI-gerelateerde klachten zit al twintig jaar op hetzelfde niveau van 25%, ongeacht de hoeveelheid aandacht in de media en op de werkvloer.

Onderzoek in het buitenland laat zien dat ook in Afrikaanse landen als Soedan RSI-gerelateerde klachten veel voorkomen, zonder dat er daar in kranten een woord over geschreven wordt. In Australië tenslotte is de term een aantal jaren geleden volledig uitgebannen, maar daar bleven de klachten onverminderd bestaan, alleen onder een andere naam.

KANS staat voor Klachten Arm, Nek en/of Schouder en is in 2011 geïntroduceerd als nieuwe term in het medische domein. Het doel hiervan was om de negatieve associaties met de term RSI te vermijden.

RSI staat voor Repetitive Strain Injury en bij sommige artsen en beleidsmakers is dit een beladen term geworden die geassocieerd wordt met een modeziekte. De afkorting klopt ook niet helemaal, omdat niet alleen repetitieve bewegingen tot RSI-klachten leiden, maar ook een statische houding of het uitoefenen van kracht.

KANS en RSI betekenen en zijn absoluut niet hetzelfde. Bij RSI denken we nog steeds dat je klachten het gevolg zijn van je werk of je taken. Bij KANS is hiervan geen sprake: het gaat om klachten, ongeacht hoe die klachten ontstaan zijn.

In de toelichting op KANS kun je wel terugvinden dat het om niet-traumatische klachten gaat, dus klachten die het gevolg zijn van een auto-ongeluk of een operatie vallen er niet onder.

KANS is op zich geen diagnose, maar een overkoepelend kader voor eenduidige terminologie bij klachten aan arm, nek en/of schouders. KANS wordt onderverdeeld in specifieke (medisch aantoonbare) en aspecifieke (niet medisch aantoonbare) KANS. Op onze webpagina Over de diagnose lees je meer over het verschil tussen specifieke en aspecifieke KANS.

RSI wordt wereldwijd gebruikt. De term is overal ingeburgerd: bij kranten en tijdschriften, behandelaars, bedrijfsartsen, werkgevers, vakbonden, rechtszaken en bij de mensen die het zelf hebben.

KANS is voornamelijk bij artsen en behandelaars in Nederland een inmiddels redelijk bekend begrip. RSI als term geeft nog steeds duidelijker aan waar het over gaat en wordt daarom op deze website en op veel andere plaatsen nog steeds gebruikt in plaats van het nieuwere KANS.

We hebben niets tegen het gebruik van de term KANS door artsen en behandelaars. Sterker nog, we juichen KANS toe.

Waarom? Omdat achter deze term een methodiek zit om een goede diagnose te stellen én een adequate behandeling te geven voor RSI-gerelateerde klachten.

De RSI-vereniging heeft dan ook van harte meegewerkt aan het opstellen van een KANS-richtlijn die verbeteringen belooft voor diagnose en behandeling van RSI-gerelateerde klachten. Brede acceptatie van deze richtlijn zal concrete verbetering betekenen voor veel RSI’ers.

Ten eerste omdat goed onderscheid wordt gemaakt tussen specifieke en aspecifieke klachten, en uitgebreid is beschreven hoe je de specifieke klachten kunt herkennen. Ten tweede omdat wordt aangedrongen op nader onderzoek als na een aantal maanden de klachten met standaard behandelingen, zoals oefentherapie, niet verdwijnen.

Uit onderzoek en praktijkervaringen blijkt dat aspecifieke RSI-gerelateerde klachten soms toch uit een specifiek probleem voortkomen. Die specifieke problemen, zoals Dupuytren of De Quervain, zijn vaak goed te diagnosticeren en met eenvoudige operaties te verhelpen.

Ook komt het voor dat er een ander soort medisch probleem speelt, zoals schildklierproblemen, osteoporose of tumoren, die niet worden ontdekt als niet wordt doorgezocht. Zie ook onze webpagina Misdiagnoses.

KANS helpt behandelaars ook om met elkaar te communiceren over behandelplannen bijvoorbeeld en behandelingen beter op elkaar af te stemmen. KANS verdient dus zeker een kans, omdat KANS onze RSI-gerelateerde klachten serieus neemt.

Omdat ​RSI-klachten volgens het KANS-model worden benaderd, krijgen we regelmatig de vraag of we de naam RSI-vereniging niet moeten aanpassen in KANS-vereniging.

Die naam roept niet alleen onbedoeld lollige associaties op – een vereniging voor mensen die casino’s bezoeken? – maar is dan ook onjuist aangezien KANS geen RSI is en RSI geen KANS. Daarom blijft de naam van de RSI-vereniging ook zo gehandhaafd en dit is wel zo duidelijk. RSI-klachten verwijzen naar taakgerelateerdheid en is een erkende beroepsziekte. RSI is een nog steeds internationaal gebruikte term.

RSI is een wereldwijd begrip. Journalisten, patiënten, artsen, behandelaars én beleidsmakers snappen allemaal precies waar we het over hebben als we de term RSI gebruiken.

De Nederlandse Gezondheidsraad heeft RSI in 2000 vrij precies omschreven in een uitgebreid rapport. Het begrip is zozeer ingeburgerd dat het NRC het tegenwoordig niet meer als afkorting schrijft, maar met kleine letters.

De bekendheid van RSI als begrip geldt zelfs in Engeland, Australië, Amerika en verder. KANS is als term alleen binnen Nederland bekend en dan nog alleen op het terrein van artsen en behandelaars.

Onderzoekers gebruiken de term bewust niet. Buiten het medische domein zijn er ook weinig mensen die de verschillen tussen RSI en KANS begrijpen.

Back To Top