Heb je vaak pijn in je schouder en bovenarm? Dan twijfel je misschien of het RSI-klachten zijn. In dit artikel leggen we je uit welke RSI-klachten in de schouder en bovenarm bestaan. En we laten je zien waar de klachten vandaan kunnen komen.
Wat is RSI of KANS in de schouder en bovenarm?
RSI en KANS zijn verzamelnamen. Het zijn geen medische diagnoses. Ze worden gebruikt voor klachten aan arm, nek en schouder die te maken kunnen hebben met werk, houding, herhaling of spanning.
Heb je RSI- of KANS-klachten in je schouder of bovenarm? Dan voelt de pijn vaak alsof die in de schouder zit. Soms straalt de pijn uit naar je bovenarm. Deze klachten ontstaan meestal stap voor stap. Ze kunnen ook lang blijven.
Toch is er lang niet altijd een duidelijke afwijking te zien op een scan of echo. Dat kan je onzeker maken, maar het komt vaak voor.
Welke klachten komen het meest voor?
- Pijn bij bewegen van de arm
Vaak voel je pijn als je je arm optilt, opzij beweegt of boven je hoofd houdt. Bijvoorbeeld als je iets uit een kast pakt. Of als je je haar wast. De pijn zit vaak aan de buitenkant of voorkant van de schouder. - Minder kracht of controle
Je arm kan zwakker aanvoelen dan normaal. Tillen, dragen of iets vasthouden kost dan meer moeite. Soms voelt het alsof je arm niet goed meewerkt. - Pijn in rust of ‘s nachts
Je kunt ook pijn aan je schouder of bovenarm hebben als je stil zit of ligt. Veel mensen hebben bijvoorbeeld ‘s nachts meer last. Vooral als ze op die schouder liggen. - Een stijf gevoel in de schouder
Je schouder kan ook stroef of vast aanvoelen. Bewegen lukt nog wel, maar het doet pijn. Of je hebt juist minder gevoel in je schouder.
Let op: als je minder beweegt omdat je bang bent voor pijn, kan je schouder juist stijver worden. - Uitstraling naar je bovenarm
De pijn in je schouder kan uitstralen naar je bovenarm.
Voel je tintelingen? Of heb je een doof gevoel of minder kracht in je hand of vingers? Dan zijn dit soms klachten die met je zenuwen te maken hebben. Dat kan bijvoorbeeld komen door een beknelling van een zenuw.
Laat deze klachten altijd controleren door een arts.
Dit staat beschreven in de Multidisciplinaire richtlijn aspecifieke KANS.
Diagnose
Maar een klein deel van de schouderklachten krijgt uiteindelijk een duidelijke medische diagnose.
Vaak is er dus geen duidelijke diagnose voor schouder- en bovenarmklachten. Je arts vindt dan geen schade of afwijking aan je pezen, botten of zenuwen.
Deze klachten zonder duidelijke oorzaak noem je aspecifieke schouderklachten. In de zorg heet dit meestal SAPS: subacromiaal pijnsyndroom.
Gelukkig heb je niet altijd een duidelijke diagnose nodig om toch goede zorg te krijgen. Meestal heb je geen operatie nodig. De behandeling die je krijgt is vaak stap voor stap. Je krijgt goede uitleg over je klachten en wat er nodig is.
Ook is het belangrijk dat je blijft bewegen. Dat doe je op een aangepaste manier, die je klachten niet erger maakt.
Blijf je schouder rustig gebruiken, maar voorkom zware belasting. Helemaal niet bewegen is meestal niet goed. Beweeg binnen de pijngrens en bouw het langzaam weer op onder begeleiding van een behandelaar.
Oorzaken: combinatie van factoren
Er zijn twee soorten oorzaken van RSI-klachten in je schouder en bovenarm: klachten door je werk en klachten door persoonlijke factoren. Bijna altijd komen je klachten door een combinatie van deze twee.
Werkfactoren
Deze dingen op je werk kunnen voor klachten in je bovenarm- en schouder zorgen:
- veel dezelfde bewegingen maken
- lang in één houding werken
- veel achter een beeldscherm werken
- hoge werkdruk
Het maakt hierbij niet uit hoe zwaar de bewegingen zijn.
Persoonlijke factoren
Soms komen klachten niet alleen door je werk, maar door persoonlijke factoren. Geen zorgen: dat betekent niet dat het je eigen schuld is.
Hier kun je klachten door krijgen:
- stress
- te weinig rust of pauze
- lang doorgaan en niet goed op je grenzen letten
- heel betrokken zijn bij het werk
Door deze factoren kunnen je klachten erger worden of langer duren.
Wat kun je zelf doen?
Heb je pijn in je schouder of bovenarm? Dan wil je vooral weten wat je zélf kunt doen. Met de tips hieronder kun je je klachten meestal beter onder controle krijgen.
- Blijf bewegen, maar zorg er wel voor dat bewegen geen pijn doet.
- Wissel af in je houding en taken.
- Zorg voor of zoek hulp voor een ergonomische werkplek.
- Houdt regelmatig even pauze en ontspan.
- Zorg voor zo min mogelijk stress.
Bespreek altijd met je behandelaar (arts of fysiotherapeut) wat voor jou het beste werkt.
Wanneer kun je hulp zoeken?
Bovenarm- en schouderklachten kunnen heel vervelend zijn. Daarom kun je ook altijd contact opnemen met je huisarts, bedrijfsarts of fysiotherapeut.
Ga naar je huisarts als:
- de pijn niet weggaat
- je last krijgt van uitstraling, tintelingen of minder kracht
- je stress krijgt of je onzeker voelt door je klachten
Ga naar de bedrijfsarts als:
- je je werk niet meer goed kunt doen door je klachten
- je wilt weten of een aangepaste werkplek kan helpen
- je niet goed weet hoe je kunt blijven werken
Gelukkig hoef je bij bovenarm- en schouderklachten niet altijd direct te stoppen met werken. Bespreek dit met je behandelaar, je kunt soms beter je werkplek aanpassen dan rust houden.
Hebben je klachten invloed op je werk? Bespreek dit dan op tijd. In Nederland zijn er afspraken (Wet verbetering poortwachter) om samen te kijken hoe je kunt blijven werken of weer kunt opbouwen.
Heb je vragen over RSI-klachten in je schouder of bovenarm?
Neem dan contact met ons op. De RSI-vereniging kan onafhankelijke informatie geven. Ook geven we advies via de RSI-lijn. En vind je het fijn om te praten met mensen met dezelfde soort klachten? Dan kan dat bij ons ook. Ook kunnen we ondersteunen bij werk en zorg.
Inhoud
