Ja, we waren weer bij De Overburen, in Amersfoort. Het begint een traditie te worden,…
Verslag van het webinar op 8 september 2026, met pijnexpert Paul van Wilgen en gastvrouw Irene.
Ken je dat gevoel? Je hebt al lang pijn, je gaat naar de dokter en dan hoor je: “Er is niets te zien.” Toch doet het pijn. Heel veel pijn. In dit webinar legt Paul van Wilgen uit hoe chronische pijn werkt en waarom je pijn echt is, ook als er niets op een scan te zien is.

“Lang aanhoudende pijnklachten zijn niet zichtbaar in een medisch onderzoek.”
Paul van Wilgen houdt zich al dertig jaar bezig met pijn. Hij is psycholoog en fysiotherapeut en werkt met mensen die al lang pijn hebben. Hij doet onderzoek en geeft onderwijs. In dit webinar deelt hij zijn kennis op een manier die voor iedereen te begrijpen is.
Wil je het webinar zelf bekijken? Dat kan via Als pijn blijft: hoe werkt chronische pijn?
Lees ook het artikel Enactivisme: een ander denkbeeld over chronische pijn op de website van de RSI-vereniging.
In het kort
- Er is niks te zien en toch is je pijn echt. Je pijn is echt, ook als een scan niets laat zien.
- Zelfde blessure, tien keer zoveel pijn. Gedachten en angst maken pijn sterker, bij gelijke schade.
- Waar wordt pijn eigenlijk gemaakt? Pijn ontstaat in je brein, niet op de plek die zeer doet.
- Is je zenuwstelsel kapot? Nee, het is overgevoelig geworden en kan weer herstellen.
- Eén woord van je arts kan je pijn erger maken. Het nocebo-effect: hoe taal je systeem kan aanzetten.
- Nog steeds pijnscore 8 en toch een ander leven. Behandeling levert meer op dan alleen een lagere pijnscore.
- Waarom opiaten op termijn méér pijn kunnen geven. Pijnstillers kunnen je systeem juist gevoeliger maken.
- Chronische pijn is nooit je eigen schuld. Het is een proces, geen keuze en geen zwakte.
Over Paul van Wilgen
Paul van Wilgen is psycholoog en fysiotherapeut. Hij werkt al dertig jaar met mensen met pijn. Hij is gastprofessor aan de Vrije Universiteit Brussel, waar hij de onderzoeksgroep Pain in Motion oprichtte. Zijn profiel staat op de pagina Cornelis Paul Van Wilgen van de universiteit.
Daarnaast richtte hij Transcare op, een transdisciplinair centrum in Groningen en Assen. Daar werken psychologen, fysiotherapeuten, artsen en verpleegkundig specialisten samen. Wat een verpleegkundig specialist doet, lees je in Over de verpleegkundig specialist. Ook psychomotorische therapie (PMT) hoort bij het team.
Paul geeft onderwijs aan de Hanzehogeschool in Groningen en doet onderzoek naar pijn. In dit webinar deelt hij zijn kennis op een manier die voor iedereen te begrijpen is.
Je pijn is echt
Dit is misschien wel het belangrijkste wat Paul te zeggen heeft: je pijn is echt. Ook als je arts niets vindt op een röntgenfoto, MRI-scan of bloedonderzoek.
Volgens Paul hoor je dit helaas vaak. “Bij de meeste mensen met lang aanhoudende pijn zie je geen lichamelijke afwijkingen meer,” zegt hij. Dat betekent niet dat de pijn niet bestaat. Het betekent dat je anders naar het probleem moet kijken.
Veel mensen met RSI-klachten of KANS (Klachten aan Arm, Nek of Schouder) herkennen dit. Je hoort dat er niets aan de hand is, maar je hebt wel pijn. Dat kan eenzaam voelen. Paul benadrukt: erken voor jezelf dat je klacht echt is. Dat is de eerste stap.
Meer over pijn en hoe het werkt lees je op de pagina Ik heb pijn van Thuisarts.
Pijn is van zichzelf een waarschuwingssignaal. Het waarschuwt je dat er iets gevaarlijks is. Maar bij chronische pijn blijft het alarm afgaan, ook als het gevaar al voorbij is. Daarover gaat het webinar.
Lees meer over pijn op de website van de RSI-vereniging: Over pijn.
Hoe pijn werkt en centrale sensitisatie
Pijn wordt niet gemaakt op de plek waar je het voelt. Dat is een belangrijk inzicht uit het webinar. Paul legt uit dat pijn in je brein wordt gemaakt.
Stel, je breekt je been. Het signaal dat er iets kapot is, gaat via je zenuwen naar je brein. Je brein maakt dan de pijn aan. Als je ruggenmerg wordt doorgesneden, voel je je gebroken been niet. Het signaal komt niet aan in je brein.
Bij plotselinge pijn reageert je zenuwstelsel op de schade. Het maakt de plek gevoeliger, zodat je er voorzichtig mee bent. Dat heet sensitisatie: de plek wordt gevoeliger. Het is een nuttig systeem dat je helpt om je voor (meer) schade te beschermen.
Bij chronische pijn blijft dat systeem aanstaan. Er is geen schade meer, maar het alarm gaat niet uit. Je kunt het vergelijken met een brandalarm dat blijft loeien, ook als de brand allang geblust is. De pijn die je voelt is echt. Maar de oorzaak ligt niet meer in je weefsel, maar in je zenuwstelsel dat overgevoelig is geworden.
Drie soorten pijn
Wereldwijd worden drie soorten pijn onderscheiden:
- Pijn door schade (er is iets kapot)
- Neuropathische pijn (schade aan het zenuwstelsel, zoals bij een hernia)
- Pijn zonder lichamelijke schade, waarbij het systeem zelf ontregeld is

Het derde type is waar het webinar over gaat. Het heet ook wel centrale sensitisatie. Kenmerken zijn: de pijn duurt lang, neemt toe, verspreidt zich over je lichaam en is lastig aan te wijzen.
Kijk voor een uitleg met beelden van centrale sensitisatie de film Uitleg over centrale sensitisatie op YouTube.
Waarom het alarm blijft aanstaan
Je zenuwstelsel is niet kapot
Irene stelt een vraag die veel mensen bezighoudt: is je zenuwstelsel dan kapot? Paul is duidelijk: nee, gelukkig niet.
Je zenuwstelsel is niet kapot, het heeft iets geleerd. Het is een soort leermechanisme. Je zenuwstelsel reageert op bedreigingen. Soms blijft het in de bedreigingsstand staan, ook als de bedreiging allang voorbij is. Dat is niet kapot, het is overgevoelig.
“Het systeem is niet kapot, maar overgevoelig.”
Kan het systeem ook weer uit? Ja, dat kan. Maar het gaat makkelijker aan dan uit, vertelt Paul. Dat is soms best lastig. Dingen uitzetten en vergeten is moeilijk. Maar er zijn de laatste tien tot vijftien jaar veel behandelingen ontwikkeld die helpen.

Wat houdt het alarm aan?
Waarom blijft het systeem soms aanstaan? Dat kan verschillende oorzaken hebben:
- Gedachten dat er iets kapot is (somatiserende gedachten): je denkt steeds dat er iets stuk moet zijn
- Bedreigende gedachten: “Wat is dit? Hoe lang duurt dit nog?”
- Te weinig beweging: je komt helemaal tot stilstand
- Te veel doorgaan: bekend bij RSI — doorgaan, doorgaan, doorgaan
- Slecht slapen, stress, onzekerheid, traumatische ervaringen
Al deze factoren kunnen ervoor zorgen dat het alarm aan blijft staan. De behandeling kijkt naar welke factoren bij jou een rol spelen. Dat is maatwerk.
Zelfde blessure, tien keer zoveel pijn
Paul vertelt over een topsporter die zijn voorste kruisband scheurde. De eerste keer wist hij niet wat hem overkwam. De pijn was er, maar het was nieuw. Na revalidatie speelde hij weer wedstrijden.
Daarna scheurde hij de andere kruisband. Dit keer wist hij precies wat hem te wachten stond: een operatie, een lange revalidatie en de angst of hij ooit weer op niveau zou komen.
“De schade is gelijk, maar de pijn is tien keer zo erg.”
De schade was hetzelfde. Maar de tweede keer was er iets veranderd: de gedachten, de angst, de wetenschap wat het betekende. Dat zette het pijnsysteem veel sterker aan.
Dit voorbeeld laat zien dat pijn niet alleen afhangt van lichamelijke schade. Je gedachten, je eerdere ervaringen en je emoties spelen een grote rol. Dat is niet tussen je oren — het is hoe je zenuwstelsel werkt.
Zelfbedacht voorbeeld: iemand met RSI-klachten
Irene geeft een zelfbedacht voorbeeld om het duidelijker te maken. Stel je iemand voor met RSI-klachten, al anderhalf jaar pijn in arm, pols en hand. Het begon na een drukke periode op werk. Die persoon heeft al een aantal dingen geprobeerd, maar de pijn blijft.
Hoe kijkt Paul met het bio-psychosociale model naar deze situatie? Paul legt uit dat de eerste stap altijd onderzoek (diagnostiek) is: wat is er aan de hand? Wat is er in dat proces gebeurd? Hoe lang bestaat het al? Is er een reden voor een lichamelijke afwijking? Wijst het op sensitisatie? Speelt werk een rol?
Als lichamelijke oorzaken zijn uitgesloten en er tekenen zijn van sensitisatie, dan ga je breder kijken. Paul geeft een overzicht van de factoren waar hij dan naar kijkt:
- Medicatiegebruik: gebruik je langdurig opiaten of andere middelen?
- Gedrag: ga je altijd maar door en zoek je steeds je grenzen op? Of doe je juist bijna niets meer (inactief)?
- Gedachten en hoe je dingen ziet (percepties): vermijd je dingen? Blijf je zoeken naar een lichamelijke oorzaak? Hoe lang denk je dat het nog duurt? Stel je je het erger voor dan het is (catastroferen)?
- Emoties: heb je vaker dit soort klachten gehad? Ben je angstig geworden? Bepaalt het je stemming? Zijn er traumatische ervaringen uit het verleden?
- Werk: heb je stress op je werk? Zit je in een tweede-spoortraject (re-integratie)? Ben je bang je baan te verliezen?
- Gezin: wat speelt daar?
- Geld: financiële factoren kunnen stress veroorzaken
- Slaap en voeding: hoe slaap je? Wat eet je?
Daar maak je een totaalplaatje van. Dat zijn rode factoren (die meespelen in het probleem) en groene factoren (die helpen). De behandeling richt zich op de factoren die het systeem aan laten staan.
De behandeling zelf bestaat uit meerdere stappen. Eerst erken je de pijn: wat je voelt is echt. Dan geef je uitleg over de drie soorten pijn en hoe het zenuwstelsel werkt, vaak met een tekening. Je probeert het samen eens te worden over wat er aan de hand is.
Daarna wordt het persoonlijk. Je stelt gerust: er gaat niets kapot. Soms is er slaaptraining nodig. Als iemand langdurig opiaten gebruikt, wordt het afbouwen begeleid. Gedachten worden bijgestuurd. Langzaam kom je weer in beweging. En soms helpen ontspanning en mindfulness bij mensen die altijd heel gespannen zijn.

Begrippen uitgelegd
In het webinar noemt Paul verschillende begrippen. Hieronder leggen we ze kort uit, met wat Paul erover zegt en een link naar een onafhankelijke bron.
Bio-psychosociaal model
Het bio-psychosociale model kijkt niet alleen naar het lichaam, maar ook naar je psyche (geest) en je sociale omgeving. Het model is ongeveer vijftig jaar oud. Paul zegt: “Bij heel veel klachten — bij burn-out is dat duidelijk en bij rugklachten ook — heeft maar ongeveer 10% een duidelijke lichamelijke afwijking.”
Het model kijkt breder naar lichaam, geest, sociale factoren en leefstijl, zoals slaap, voeding, bewegen, roken en alcohol. Lees meer op Uitleg over het biopsychosociaal model bij chronische pijn.
Pijneducatie
Pijneducatie (voorlichting over pijn) is de eerste stap in de behandeling. Paul vertelt dat er ongeveer twintig jaar geleden voor het eerst educatiemodellen werden beschreven en dat deze nu in de richtlijnen staan.
Bij pijneducatie erken je de pijn en leg je uit wat er in het zenuwstelsel gebeurt. In de NHG-Standaard Pijn voor huisartsen staat pijneducatie als onderdeel van de behandeling.
Overbelasting zonder plotselinge schade
Lang niet altijd is er een duidelijk moment van schade. Paul legt uit dat het systeem ook kan ontregelen zonder plotselinge (acute) blessure. Je kunt het zien als een emmertje dat langzaam volloopt door werkdruk, slecht slapen of zorgen thuis. Dan kunnen klachten als pijn in je armen, hoofdpijn en nekpijn ontstaan.
Lees meer over aanhoudende klachten zonder duidelijke oorzaak op Ik heb aanhoudende lichamelijke klachten (ALK) van Thuisarts.

Exposure
Bij exposure ga je stap voor stap de angst aan om te bewegen of weer te werken. Paul legt uit dat je daarbij vooraf afspraken maakt over wat je gaat doen. Voor werk betekent dat vaak een opbouwplan dat je voorlegt aan je werkgever of bedrijfsarts. Je neemt zelf de regie.
Lees meer over bewegen en angst in Bewegingsangst, een documentaire van Haile Flapper op de website van de RSI-vereniging.
Transdisciplinair werken
Bij transdisciplinair werken werken behandelaren samen onder één dak en met één gedeelde visie. In plaats van elk op een eigen eilandje te werken, nemen ze elkaars taken over waar nodig. Paul richtte hiervoor Transcare op. Lees meer over transdisciplinair werken bij Lancering NECTR: Nationaal ExpertiseCentrum voor Transdisciplinair werken.
Woorden in de behandelkamer
Woorden doen ertoe. Letterlijk. Paul legt uit hoe het placebo-effect en het nocebo-effect werken in de behandelkamer. Lees meer in Het placebo-effect van het Martini Ziekenhuis en in Nocebo-effect op Wikipedia.
Het placebo-effect is positief: door goede verwachtingen kan je systeem pijn dempen. Je lichaam maakt letterlijk stoffen vrij die pijn verminderen. Het nocebo-effect is het omgekeerde: woorden die dreiging versterken en je systeem meer aanzetten.
Paul noemt een voorbeeld. Een arts zegt: “Je hebt artrose.” Dat is te zien op een MRI-scan bij een 60-jarige, terwijl het waarschijnlijk niets met de klachten te maken heeft. Het woord artrose alleen al kan bedreigend voelen. En daarmee zet het je pijnsysteem meer aan.
Andere voorbeelden van nocebo-woorden:
- “Het staat scheef”
- “Het is instabiel”
- “Ik weet niet of dit nog goed komt”
- “Ik vertrouw het niet helemaal”
Ook niet gehoord worden, geen erkenning krijgen voor je klachten, valt onder het nocebo-effect. Dat zet het systeem nog meer aan.
Paul heeft een tip voor behandelaren: let op je taal. Zeg niet “het is instabiel” of “het is niet belastbaar”. Zeg liever: “het is belastbaar, beweeg het maar, het is veilig.” Dat helpt het systeem tot rust te komen.
Psychosomatische fysiotherapie is een behandelvorm die breder kijkt naar pijn. Lees meer op de pagina Fysiotherapie – psychosomatische van de RSI-vereniging.
Medicatie: wat helpt en wat werkt tegen je
Opiaten kunnen meer pijn geven
Dit is een belangrijk onderdeel van het webinar. Opiaten zijn pijnstillers zoals oxycodon, morfine, fentanyl en methadon. Lange tijd zijn ze verkocht als niet verslavend. Dat klopt niet, vertelt Paul.
In het begin lijken opiaten te werken. Maar na ongeveer drie tot vier weken keert het zich tegen je. Na een paar uur krijg je meer pijn. Dat komt door afkickverschijnselen (onttrekkingsverschijnselen). Je neemt weer een pil, het werkt even, en zo kom je in een cirkel waar je moeilijk uitkomt (een vicieuze cirkel).
“Mensen kunnen echt ziek worden van opiaten.”
Naast meer pijn ontstaat er hyperalgesie — je zenuwstelsel wordt steeds gevoeliger. Andere bijwerkingen zijn slaapproblemen, stemmingsproblemen, obstipatie en minder gevoel in je lichaam.
Belangrijk: Stop of verander nooit zelf je medicijnen. Overleg altijd met je arts. Afbouwen moet begeleid worden.
Pregabaline en andere middelen
Paul noemt ook pregabaline (Lyrica), vaak gebruikt bij zenuwpijn. Ga na drie maanden bij jezelf na of het echt werkt. Langzaam en zonder dat je het merkt (sluimerend), komen er vaak bijwerkingen bij: je wordt afweziger, voelt emoties minder, hebt minder motivatie.
Denk niet baat het niet, dan schaadt het niet. Dat gaat niet op voor deze middelen.
Bij plotselinge pijn kan medicatie nuttig zijn. Paracetamol heeft soms ook een functie bij chronische pijn. Ontstekingsremmers kunnen, maar gebruik ze maar kort (kortdurend): ze kunnen schadelijk zijn voor je nieren, lever en maag.
Meer over pijnklinieken en pijnbehandeling lees je op de pagina Pijnklinieken van de RSI-vereniging.
Pijnscore 8 en toch een ander leven
Een deelnemer stelt een herkenbare vraag: “Ik beweeg veel, ik doe tai chi, ik heb mijn oefeningen opgebouwd. Maar mijn pijn gaat niet weg. Hoe zit dat?”
Paul vertelt over een patiënte met heftige klachten, die bij wijze van spreken niets meer kon. Ze kwam binnen met een pijnscore van 8 of 9. Na een jaar was haar hele leven veranderd. Ze was blijer, deed veel meer, functioneerde beter.
“De pijn is nog steeds een 8, maar ik heb er minder last van.”
Toen Paul vroeg hoeveel pijn ze nog had, zei ze: “Nog steeds een 8. Maar ik heb er minder last van. Het is anders voor mij. Ik functioneer beter.”
Dit is een belangrijk inzicht: behandeling hoeft niet altijd de pijn te laten verdwijnen. Soms leert het je omgaan met de pijn, waardoor je meer kunt doen en je leven verandert. De pijn is er nog, maar hij bepaalt je leven niet meer.
Bij sommige mensen gaat de pijn wel weg. Paul hoort soms: “Die diagnose fibromyalgie kan de prullenbak in.” Maar het is lastig te voorspellen bij wie dat lukt en bij wie niet. Wat wel helpt: begrijpen wat er aan de hand is, aan je leefstijl werken en soms psychologische behandeling.
Op de website van de RSI-vereniging lees je meer over wat je kunt doen: Tegen pijn. Op onze webpagina RSI-behandeling: wat werkt en wat kun je nú doen? vind je nog meer tips. Of kijk op de website van de Landelijke Pijn Organisatie.
Slaap en bewegen
Slaap en pijn versterken elkaar
Slecht slapen en pijn versterken elkaar. Volgens Paul beïnvloedt slechte slaap de systemen in je brein die met overgevoeligheid te maken hebben. Je kunt letterlijk overgevoeliger worden (gesensitiseerd raken) als je lange tijd slecht slaapt. Dat is logisch: als je twee of drie nachten slecht slaapt, ben je totaal overprikkeld.
De behandeling kijkt daarom ook naar slaap. Soms is er sprake van slaapapneu. Slaaphygiëne kan helpen: afspraken over wat je doet voor het slapengaan en wat je doet als je wakker wordt.
Slaapmedicatie (pammetjes) werkt op den duur tegen je (contraproductief), vertelt Paul. Ze maken je slaap oppervlakkiger. Soms moet je daar eerst vanaf voor je weer goed kunt slapen.
Bewegen helpt, maar doe het langzaam aan
Bewegen is een van de belangrijkste adviezen. Het maakt endorfines vrij, stoffen die je je beter laten voelen. Bij mensen met een overgevoelig pijnsysteem staan die stoffen uit. Langzaam kun je daar weer naartoe werken.
Maar je begint niet met hardlopen als je de hele dag in bed ligt van de pijn. Je bouwt het op in overleg met je behandelaar. Stap voor stap. Niet te veel op één dag en dan weer niets. Rustig, maar wel steeds en elke dag een beetje.
Paul raadt aan om te beginnen met iets wat je prettig vindt, zoals wandelen of fietsen. Dat kan onder begeleiding van een fysiotherapeut. Een deelnemer vertelde tai chi te doen. Het gaat erom dat je elke dag iets doet, in een tempo dat bij jou past.
Je evalueert niet elke dag, maar na een of twee weken. Het heeft ook te maken met hoe je hebt geslapen of wat er die week speelt. Je zoekt samen met je behandelaar een weg.

Angst voor bewegen of weer aan het werk
Paul bespreekt ook de angst om te bewegen of weer te gaan werken. Bij aanhoudende pijn zonder onderliggende schade, ga je vaak exposure toepassen. Dat betekent dat je stap voor stap dingen gaat doen waar je bang voor bent.
Samen met je behandelaar maak je vooraf afspraken over wat je gaat doen. Bij werk betekent dat vaak een opbouwplan dat je voorlegt aan je werkgever of bedrijfsarts. Paul raadt aan: neem zelf de regie, neem zelf initiatief. Werkgevers en bedrijfsartsen vinden dat over het algemeen goed als het de goede kant opgaat.
Als de angst of stress op het werk ligt, ga dat dan aan. Het kan gaan om relaties met collega’s of om fysieke omstandigheden. Soms kun je je werkgever daarbij betrekken.
Lees onze blog Bewegingsangst, een documentaire van Haile Flapper.
Waar kun je terecht?
- Een psychosomatisch fysiotherapeut kijkt breder dan alleen het lichaam (zie de pagina Fysiotherapie – psychosomatische)
- Revalidatiecentra bieden beweegprogramma’s met psychologische begeleiding
- GGZ-instellingen kunnen helpen als het meer psychisch is
- Overleg met je huisarts over wat in jouw regio beschikbaar is
Op de website van de RSI-vereniging vind je meer informatie over Wat is KANS (Klachten aan Arm, Nek en/of Schouder)? en Pijnklinieken.
Chronische pijn is nooit je eigen schuld
Daarmee sluit Paul het webinar af. Het is een krachtige boodschap. Chronische pijn is geen keuze. Het is niet je eigen schuld. Het is een proces waar je in belandt.
“Het is geen eigen schuld. Het is een proces waar mensen in zijn beland.”
Opvoeding, levenservaring, omstandigheden — ze spelen allemaal mee. Sommige mensen raken sneller uit balans dan anderen. Dat zegt niets over zwakte of schuld. Het zegt iets over hoe je systeem reageert.
Paul raadt aan: wees kritisch op welke behandelaar je kiest. In Nederland zijn veel behandelaren die elk een stukje van de puzzel doen. Niet iedereen kijkt breed. Zoek iemand die met je meedenkt en het totale plaatje ziet.
Begin bij stap 1: begrijp wat er aan de hand is. Dat kan lastig zijn om zelf uit te zoeken. Zoek hulp. Op Retrain Pain vind je gratis uitleg in het Nederlands over hoe pijn werkt. Het boek Begrijp de Pijn van David S. Butler en G. Lorimer Moseley legt het ook uit (Begrijp de Pijn door David Butler en Lorimer Moseley).
Kijk ook de film Pijn metafoor op YouTube voor een uitleg in beelden. En de Engelstalige lezing TEDxAdelaide – Lorimer Moseley – Why Things Hurt (met Engelse ondertiteling) geeft een heldere introductie.
En lees op de website van de RSI-vereniging het artikel Enactivisme: een ander denkbeeld over chronische pijn. Daarin lees je hoe de kijk op chronische pijn aan het veranderen is.

Disclaimer
Dit artikel is gebaseerd op het webinar Als pijn blijft: hoe werkt chronische pijn? met Paul van Wilgen, gehouden op 8 september 2026. Het biedt algemene informatie en is geen persoonlijk medisch advies. Bespreek je klachten en vragen altijd met je huisarts of behandelaar. Stop of verander nooit zelf je medicijnen zonder overleg met je arts.
Bronnen
Pain in Motion, VUB, V&VN, Wikipedia, Thuisarts, Apotheek.nl, Martini Ziekenhuis Groningen, CIR, NHG, NWO, RetrainPain, Managementboek, Youtube, Pijn.nl, Depressievereniging en eigen website.
Tekst: Corinne Travail, met Luma AI
Afbeeldingen: Luma AI

Comments (0)