Heb je tintelingen in je hand of vingers? Of een doof gevoel, vooral ’s nachts? Dan denk je misschien aan het carpaletunnelsyndroom, afgekort CTS. Maar hoe weet je zeker of dit CTS is? En welke testen gebruiken artsen? We leggen het je uit.
Op deze pagina lees je:
- Wat CTS is en hoe het meestal wordt vastgesteld.
- Wanneer testen nodig zijn en wanneer niet.
- Welke testen een arts kan doen in de spreekkamer.
- Welke extra onderzoeken soms nodig zijn.
- Waarom zelf testen geen goed idee is.
We volgen de informatie van Thuisarts en medische richtlijnen.
Inhoud
Wanneer is testen nodig?
CTS is vaak goed te herkennen aan je klachten. Artsen noemen dit een klinisch beeld. Dat betekent: de klachten vertellen al veel.
Veel mensen met CTS hebben:
- Tintelingen of een doof gevoel in duim, wijs- en middelvinger.
- Klachten die ‘s nachts erger.
- Minder kracht in de hand.
Is dit beeld duidelijk? Dan is vaak geen extra onderzoek nodig.
Maar soms is het minder duidelijk. Bijvoorbeeld:
- Als je andere klachten hebt.
- Als je diabetes hebt.
- Als je andere pijn hebt.
Als het minder duidelijk is of je CTS hebt of niet, stuurt de huisarts je door. Meestal naar een neuroloog. Dat is een arts die alles weet over zenuwen.
Lichamelijk onderzoek door de arts
De arts begint met kijken en voelen. Daarna kan de arts speciale tests doen. Deze tests lokken de klachten bewust uit. Dat gebeurt veilig en kort.
Je kunt tintelingen voelen. Of een doof gevoel in je vingers. Dat kan even vervelend zijn, maar het is niet gevaarlijk.
Durkan-test
Bij deze test drukt de arts stevig op je pols. Dat gebeurt precies boven de carpale tunnel. De carpale tunnel is een smalle doorgang in je pols. Daar loopt de middelste armzenuw doorheen. Deze zenuw heet officieel de Nervus Medianus. De druk bij deze test laat zien of de zenuw bekneld zit.
Phalen-test
Bij deze test buig je je polsen. Je houdt deze houding even vast. Dit verhoogt de druk in de tunnel. Krijg je tintelingen of pijn? Dan wijst dat op CTS.
Je hebt ook de Omgekeerde Phalen-test (Prayer test) Deze test lijkt op de Phalen-test. Alleen strek je nu je polsen. Hierdoor krijg je ook meer druk op de zenuw.
Tinel-test
Bij deze test tikt de arts zachtjes op je pols. Dat gebeurt boven de zenuw. Voel je een schietend of tintelend gevoel richting je vingers? Dan kan dat passen bij CTS.
Wat gebeurt er na de tests?
Is de diagnose duidelijk? Dan kan de arts je doorverwijzen. Bijvoorbeeld naar een plastisch of orthopedisch chirurg. Die bekijkt of een operatie nodig is. Dat gebeurt alleen als dat echt nodig is.
Soms zijn de tests niet duidelijk genoeg. Dan kan extra onderzoek helpen.
EMG: zenuwgeleidingsonderzoek
Een EMG meet hoe goed de zenuw werkt. Wat gebeurt er?
- Je krijgt kleine stroomstootjes.
- Deze gaan door de middelste armzenuw.
- De arts meet hoe snel het signaal gaat.
Dit onderzoek laat zien hoe ernstig de zenuwschade is: licht, matig of ernstig. Het helpt ook andere oorzaken uitsluiten. Zoals een probleem in de nek.
Wil je weten hoe dit voelt? Lees dan hier het ervaringsverhaal.
Echo-onderzoek
Een echo gebruikt geluidsgolven. Dat doet geen pijn, maar is wel heel handig. De arts kan zo namelijk zien of de zenuw is opgezwollen. En hoe groot de zenuw is. Bij CTS is de zenuw vaak dikker. Dat helpt bij de diagnose.
MRI-scan
Een MRI is meestal niet nodig. Het is geen standaardtest bij CTS. Soms wil de arts toch een MRI-scan doen. Vaak denkt de arts dan aan een andere diagnose dan CTS. Bijvoorbeeld een tumor, een vochtblaas of schade na een botbreuk.
Zelf testen? Dat raden we af
Online vind je veel zelftests. Toch raden we dit af. Je kunt klachten namelijk erger maken, omdat je de juiste uitleg mist. Hierdoor kun je onnodig ongerust worden.
Twijfel je over je klachten? Ga dan altijd naar je huisarts.
Meer weten over CTS?
Op Zorgkaart Nederland vind je nog veel meer informatie over CTS. Daar lees je ook hoe de behandeling van CTS gaat.
Wil je meer weten of heb je hulp nodig?
Neem contact met ons op. We helpen je heel graag op weg!
