Skip to content
 
Op 19 november 2025 gaven Berbel Sluiter en Pierre-Yves Pennehouat van Kliniek voor de Hand en Pols uitleg over de opbouw van hand en pols, het verschil tussen RSI en KANS, en veelvoorkomende aandoeningen zoals peesirritaties, carpaletunnelsyndroom en duimbasisartrose.
Webinar RSI- & KANS-klachten, onderwerpen

Wie zijn de sprekers?

Berbel Sluiter is plastisch chirurg en gespecialiseerd in handchirurgie. Pierre-Yves Pennehouat werkte eerst als handtherapeut en is nu physician assistant in de hand- en polschirurgie. Beiden zijn verbonden aan de Kliniek voor de Hand en Pols.

In dit verslag kun je de meeste informatie teruglezen.

Het webinar kun ook in zijn geheel terugkijken:

Zij laten zien waar het webinar uit bestaat:

  • een korte uitleg over de bouw van arm, hand en pols
  • uitleg over RSI en KANS
  • bespreking van een aantal specifieke diagnoses
  • bouw van arm, hand en pols
  • beantwoording van vragen uit de chat (hier gaan we in dit verslag niet verder op in)

Lichaamsbouw: banden, spieren en pezen

De eerste uitleg gaat over hoe arm en hand anatomisch zijn opgebouwd. De elleboog bestaat uit drie botdelen die door banden bij elkaar worden gehouden. Hoe strakker of losser die banden zijn, bepaalt samen met andere eigenschappen de beweeglijkheid van een gewricht. Daarnaast leggen ze uit hoe spieren, pezen en zenuwen samenwerken:

  • spieren leveren de kracht
  • pezen verbinden spieren met botten
  • zenuwen sturen spieren aan en zorgen voor gevoel

Bijzonder aan de hand is dat de spieren die de vingers bewegen, voor het grootste deel in de onderarm liggen. In de vingers zelf zitten vooral botten, pezen, huid en vet. De pezen lopen dus als lange kabels vanuit de onderarm naar de vingers.

RSI en KANS: wat is het verschil?

RSI

RSI staat voor Repetitive Strain Injury, oftewel schade door herhaalde belasting. Die term doet vermoeden dat er altijd schade is en dat herhaling de enige oorzaak is. Volgens de sprekers zijn er veel meer mogelijke oorzaken en het woord RSI is daarom verwarrend.

KANS

We spreken daarom tegenwoordig vaker over KANS: Klachten van Arm, Nek en/of Schouder.

Bij KANS wordt niet automatisch één duidelijke oorzaak aangewezen. Klachten kunnen komen door herhaalde bewegingen, maar ook door andere dingen, zoals:

  • lichamelijke draagkracht
  • werkhouding
  • werkdruk
  • stress
  • leefstijl
  • geestelijke en emotionele belasting

De sprekers benadrukken dat er een verschil is tussen:

  • specifieke KANS: er is een duidelijke diagnose
  • aspecifieke KANS: er zijn klachten, maar geen duidelijke diagnose

Volgens hen lukt het in de praktijk meestal wel om een specifieke oorzaak te vinden, zeker als iemand wordt onderzocht door een specialist die veel kennis heeft van hand- en polsklachten.

Belasting en belastbaarheid

Een belangrijk onderdeel van het webinar is het evenwicht tussen belasting en belastbaarheid. Zolang iemand doet wat zijn of haar lichaam aankan, ontstaan meestal geen klachten. Wanneer de belasting groter wordt dan de belastbaarheid, kunnen wel klachten ontstaan.

Daarbij spelen een aantal factoren een rol. Niet alleen de beweging zelf, maar ook:

  • hoe iemand zich voelt
  • hoe iemand herstelt
  • of iemand perfectionistisch is
  • of iemand angst heeft om te bewegen
  • of iemand voldoende taken afwisselt en rust neemt

Specifieke aandoeningen

Daarna bespreken de sprekers drie veelvoorkomende aandoeningen.

1. Peesirritaties en peesschedeklachten

De eerste groep klachten betreft peesirritaties.

Pezen lopen in kokertjes of tunnels, om te voorkomen dat ze over botten schuren. Door herhaalde bewegingen kunnen pezen en peesscheden geïrriteerd raken, opzwellen en tegen elkaar gaan schuren. Dit geeft pijn en stijfheid.

Er worden twee bekende vormen besproken:

  • Morbus de Quervain:  dit is een overbelasting van de strekpezen van de duim. Omdat de duim tegenover vier vingers staat, komen er veel krachten op dit gebied. Daardoor komt deze klacht in verhouding vaak voor.
  • Triggervinger of triggerduim: bij een triggervinger raakt een buigpees geïrriteerd en verdikt. Daardoor loopt de pees vast in de peeskoker. In het begin geeft dit vooral pijn en stijfheid, later kan de vinger gaan haperen of schieten. In ernstige gevallen blijft de vinger zelfs in gebogen stand vaststaan.

De sprekers leggen uit dat dit in het begin makkelijk kan worden verward met artrose, omdat nog niet altijd duidelijk sprake is van het typische haperen.

Risicofactoren bij peesirritaties en peesschedeklachten

Als risicofactoren voor peesirritaties noemen zij:

  • herhaalde bewegingen
  • zwaar of belastend werk
  • suikerziekte
  • reuma
  • schildklieraandoeningen
  • jicht
  • leeftijd
  • vrouw zijn

Ze benadrukken dat zo’n peesklacht meestal geen echte ontsteking is door bacteriën, maar eerder een overbelasting of irritatie van het weefsel.

Behandeling peesirritaties en peesschedeklachten

Behandeling kan bestaan uit:

  • afwachten en rust nemen
  • pijnstilling
  • handtherapie
  • een spalk
  • een injectie met corticosteroïden
  • een operatie als andere behandelingen onvoldoende helpen

Volgens de sprekers verlicht een injectie bij peesklachten in ongeveer 70% van de gevallen de klachten.

Handtherapie is belangrijk om een goede balans te vinden tussen rust en blijven bewegen. Ook benadrukken ze dat een stressbal vaak niet de beste keuze is, omdat die juist veel kracht vraagt, terwijl je bij peesoverbelasting juist minder moet belasten.

2. Carpaletunnelsyndroom

Daarna komt het carpaletunnelsyndroom aan bod.

In de pols loopt een tunnel waarin pezen en een zenuw liggen. Als de pezen wat dikker worden, of als er minder ruimte ontstaat in die tunnel, dan kan de zenuw beklemd raken. Dit veroorzaakt klachten.

Typische klachten zijn:

  • nachtelijke tintelingen
  • wakker worden met een slapend gevoel in de hand
  • schudden of wapperen met de hand om het gevoel te laten afnemen
  • uitstraling naar arm of schouder
  • minder gevoel in de vingers
  • krachtsverlies
  • in ernstige gevallen spierverlies bij de duimmuis

De sprekers benadrukken dat klachten soms uitstralen naar de schouder, waardoor mensen eerst ten onrechte voor schouderklachten worden behandeld.

Risicofactoren bij carpaletunnelsyndroom

Mogelijke risicofactoren zijn:

  • herhaalde bewegingen
  • werken met trillende apparaten
  • langdurig werken met een gebogen pols
  • beroepen waarbij de pols lang in een ongunstige houding staat

Behandeling carpaletunnelsyndroom

Behandeling kan bestaan uit:

  • afwachten
  • een nachtspalk
  • een injectie
  • een operatie

Een injectie werkt volgens de sprekers bij ongeveer 50% van de mensen blijvend en bij de andere helft tijdelijk. Wanneer klachten terugkomen, is een operatie vaak de volgende stap. Bij zo’n operatie wordt de tunnel ruimer gemaakt, zodat de zenuw daarna zelf kan herstellen.

Operatie

Wil je meer weten over carpaletunnelsyndroom ? Lees dan de blogs van redacteur Corinne:

3. Duimbasisartrose

Het laatste grote onderwerp was duimbasisartrose, ook wel slijtage van het duimbasisgewricht.

De duim heeft meerdere gewrichten en vooral het duimbasisgewricht krijgt veel te verduren. Het is een in verhouding onvast gewricht, dat door banden bij elkaar wordt gehouden. Als die banden wat losser zijn, of als het gewricht door belasting uit balans raakt, kan kraakbeen slijten.

Klachten kunnen ontstaan door:

  • instabiliteit
  • overbelasting
  • slijtage
  • artrose

De sprekers leggen uit dat de duimbasis veel kracht te verwerken krijgt. Zelfs een lichte knijpbeweging aan de top van de duim kan in het duimbasisgewricht een veel grotere belasting veroorzaken.

Bij gevorderde artrose kan een duidelijke vervorming zichtbaar worden, zoals een zogenoemd shoulder sign of zelfs een Z-stand van de duim.

De ernst van de artrose op een röntgenfoto komt niet altijd overeen met de ernst van de klachten. Sommige mensen hebben veel slijtage op de foto maar weinig pijn, terwijl anderen juist veel last hebben van minder duidelijke artrose.

Behandeling duimbasisartrose

Mogelijke behandelingen zijn:

De sprekers geven aan dat uit onderzoek blijkt dat slechts ongeveer 15% van de patiënten binnen 2,5 jaar geopereerd hoeft te worden. In veel gevallen helpen oefentherapie, spalken en hulpmiddelen voldoende.

Operatieve mogelijkheden

Wanneer een operatie nodig is, zijn er verschillende mogelijkheden. Soms wordt een botje geheel of gedeeltelijk verwijderd en opgevuld, en soms wordt een kunstgewricht geplaatst, of het gewricht gestabiliseerd (vastgezet).

Conclusie

De kern van het verhaal is dat klachten aan hand en pols vaak wel degelijk een aantoonbare oorzaak hebben en dat het zinvol is om daar zorgvuldig naar te laten kijken. Hoe preciezer de diagnose, hoe beter de behandeling kan worden afgestemd.

Daarnaast benadrukken de sprekers dat:

  • klachten niet alleen door overbelasting ontstaan
  • meer factoren (omstandigheden) meespelen
  • handtherapie, hulpmiddelen en goede begeleiding veel kunnen betekenen
  • lang niet iedereen geopereerd hoeft te worden

Meer lezen en kijken

Op het YouTube kanaal van de RSI-vereniging leggen we bovenstaande informatie uit in korte video’s.

Wat is RSI? (Repetitive Strain Injury)

Wat is KANS (Klachten aan Arm, Nek en/of Schouder)?

 

RSI-klachten: symptomen en klachten bij RSI

Diagnose bij RSI-klachten

RSI-behandeling: wat werkt en wat kun je nú doen?

 

Hoe nuttig was deze pagina?

Geef een beoordeling van minimaal 1 en maximaal 5 sterren.

Comments (0)

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back To Top