skip to Main Content

Wat is de oorzaak van RSI?

RSI-klachten ontstaan door overbelasting, vaak door overbelasting op het werk. Met de toenemende alomtegenwoordigheid van beeldschermen ontstaat RSI steeds vaker buiten werksituaties, bijvoorbeeld door intensief smartphone- of tabletgebruik bij scholieren of studenten.

Beeldschermwerk is de bekendste oorzaak voor RSI-klachten, maar er zijn beroepen waarbij RSI-klachten nog veel vaker voorkomen dan onder beeldschermwerkers, bijvoorbeeld kappers, slagers, musici en echoscopisten.

RSI-klachten ontstaan door een combinatie van één of meer fysieke factoren. Deze fysieke factoren zijn:

  • Repeterende bewegingen;
  • Een langdurige statische houding;
  • Een verdraaide of ongemakkelijke houding;
  • Uitoefenen van kracht;
  • Ondergaan van trillingen;
  • Gebrek aan afwisseling.

Naast deze fysieke ontstaansfactoren zijn er risicofactoren die kunnen bijdragen aan het ontstaan en voortduren van RSI-klachten. Deze factoren zijn onder te verdelen in drie groepen, die hieronder worden toegelicht:

  • Persoonsgebonden factoren;
  • Omgevingsgebonden factoren;
  • Activiteitsgebonden factoren.

Uit onderzoek blijkt dat er bij RSI stoornissen zijn in spieren, pezen, zenuwen en bloedcirculatie. Hoe die ontstaan leggen we uit in ons artikel RSI en je spieren in het Handvat van 2012-2, op pagina 6-8.

Promotieonderzoek Jaap Brunnekreef

Fysiotherapeut Jaap Brunnekreef heeft onderzocht hoe RSI ontstaat. Zijn promotieonderzoek uit 2012 toont aan dat RSI niet tussen de oren zit.

Meetbare fysieke verschillen

Jaap Brunnekreef vond meetbare fysieke verschillen tussen mensen met en zonder RSI-klachten. Bij mensen met RSI-klachten is er een duidelijk aantoonbare relatie met doorbloeding, zuurstofopname, type spierweefsel en de kwaliteit van de bloedvaten die de klachten kunnen verklaren.

Wat zijn de verschillen?

Bij mensen met RSI-klachten zijn een aantal functies in de armen verminderd. Dat zijn:

  • de spierdoorbloeding;
  • de zuurstofopname;
  • de vaatfunctie.

De verminderde functies komen zowel in de aangedane arm als in die zonder klachten voor. Dat betekent dat het geen lokale verstoring is maar een systemische, die door het hele lichaam kan optreden.

Verschillende typen spierweefsels

Mensen met RSI-klachten blijken een ander type spierweefsel te hebben dan mensen zonder RSI-klachten. Dit type spierweefsel neemt minder zuurstof op, waardoor de spierdoorbloeding minder goed is. Dat verklaart waarom je snel moe wordt van repeterende bewegingen.

Verminderde doorbloeding bloedvaten

De binnenkant van bloedvaten is bekleed met endotheel. Endotheel zorgt voor een goede bloeddoorstroming, maar dat blijkt bij mensen met RSI-klachten minder goed te werken. Er gaat minder bloed naar de arm en daardoor gaan de vaten niet goed open staan. Dat kan de oorzaak zijn van de verminderde spierdoorbloeding.

Conclusies onderzoek

Het promotieonderzoek levert de volgende inzichten op:

  • Voor repeterende bewegingen is meer zuurstof nodig en een verhoogde doorbloeding, maar dat werkt niet goed bij mensen met RSI-klachten.
  • Behandeling van RSI-klachten moet zich niet alleen richten op de plekken waar je pijn voelt, maar op het hele lichaam, want de arm waarin je (nog) geen klachten hebt heeft dezelfde afwijkingen. Dat kan met oefentherapie en inspanningstraining.
  • Psychosociale factoren, zoals stress en werkdruk, verdienen ook aandacht, want die oefenen via het zenuwstelsel invloed uit op het RSI-mechanisme.
  • Langdurige overbelasting kan weefselschade veroorzaken en dat zorgt voor een nog slechtere doorbloeding.

Meer informatie

De tekst van het proefschrift Repetitive strain injury: a novel focus on an ancient problem kun je downloaden als pdf-bestand.

In het Reformatorisch Dagblad van 10 september 2012 staat het artikel RSI-patiënt heeft verslechterde weefseldoorbloeding dat over het proefschrift van Jaap Brunnekreef gaat.

Artikelen in het RSI-Magazine over Jaap Brunnekreef

  • Een speurtocht naar het ontstaansmechanisme van RSI: RSI gemeten (Jaap Brunnekreef), RSI-Magazine 2013-2, pagina 16-18
  • Behandeling RSI: meer dan lokale behandeling klachten, RSI-Magazine 2012-4, pagina 16
  • Hydrotherapie: Warm water is mijn vriend, het Handvat 2011-4, pagina 24-25
  • Spierdoorbloeding en RSI? (Themadag), het Handvat 2011-1, pagina 6

Drie groepen factoren

Persoonsgebonden factoren

De volgende persoonsgebonden factoren kunnen invloed hebben op het krijgen van RSI-klachten:
• leeftijd en geslacht: RSI komt vaker voor bij vrouwen en jongeren;
• lichaamsbouw;
hypermobiliteit;
• verminderde conditie;
• plichtsgetrouwheid;
• perfectionisme;
• motivatie.

Omgevingsgebonden factoren

Een goede werkomgeving is van belang voor prettig en gezond werken. Teveel zonlicht of geluid, kou, tocht en slecht werkende apparatuur kunnen invloed hebben op je houding. Een gespannen of verkrampte houding zorgt voor een verminderde doorbloeding, waardoor afvalstoffen niet worden afgevoerd en voedingstoffen niet aangevoerd.

De omgevingsfactoren op een rij:
• samenwerking met collega’s;
• kwaliteit van leiding/management;
• teveel of gebrek aan sociale contacten;
• bedrijfscultuur;
• weinig autonomie (zeggenschap) over je werk;
• werkstress (deadlines);
• hoog werktempo door te hoge werkdruk;
• hoge werkbelasting en daardoor hoge mentale eisen.

Activiteitsgebonden factoren

Belasting

Kortdurende hoge belasting (enkele maanden) leidt sneller tot klachten dan langdurige lage belasting.

Aantal werkuren

Het aantal werkuren per week heeft ook invloed: werk je 20 tot 34 uur, dan heb je 1 ½ keer zoveel kans op RSI-klachten dan wanneer je tot 20 uur werkt. Werk je meer dan 35 uur dan is de kans op RSI-klachten 2 x zo groot.

Thuiswerken

Thuiswerken verhoogt het risico op RSI-klachten. Thuis wordt je niet gestoord door collega´s of veel telefoontjes en het gevaar bestaat dat je te lang achter elkaar doorwerkt. Als je een laptop gebruikt en je werkplek niet goed aanpast werk je in een slechte houding. Richt je werkplek dus goed in en pauzeer regelmatig.

Werken via een uitzendbureau

Heb je een tijdelijk contract bij een uitzendbureau dan heb je ook meer risico op RSI-klachten. Let op dat je werkplek goed is ingericht: dat is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van je werkgever (het uitzendbureau), de tijdelijke werkgever en jouzelf.

Lees over die verantwoordelijkheid meer in het artikel Tijdelijk werk: recht op een goede werkplek? in ons RSI-Magazine 2016-2, pagina 14-15.

De activiteitsgebonden factoren op een rijtje:
• belasting;
• aantal werkuren;
• thuiswerken;
• werken via een uitzendbureau;
• repeterende bewegingen;
• precisie bewegingen;
• eenzijdige bewegingen;
• statische houding (langdurig in één houding werken) ;
• werken in een ongemakkelijke houding;
• trillingen;
• activiteiten waarbij veel kracht nodig is;
• gebrek aan afwisseling in activiteiten.

Hoeveel risico loop jij op RSI-klachten?

Wil je weten hoeveel risico je hebt op RSI-klachten, doe dan de snelle (10 vragen), interactieve test van Arbobondgenoten van de FNV.

In de Arbocatalogus sport van de FNV vind je informatie op pagina 25 (je eigen RSI-risico inschatten of beperken) en op pagina 95 staat een test. Als je de test invult krijg je een goed beeld van je zwakke plekken.

De test is gemaakt voor beeldschermwerkers en gaat niet alleen over je werksituatie, maar ook over je thuissituatie. De test bestaat uit zeven blokken:
• Klachten;
• Werktaken;
• Werktijden;
• Werkdruk;
• Werkplek;
• Werkwijze;
• Persoonlijk risicoprofiel.

Back To Top