Heb je vaak last van je elleboog? Dan vraag je je misschien af of dit RSI-klachten zijn. We leggen je in dit artikel uit welke RSI-klachten in de elleboog bestaan, welke diagnoses daarvoor zijn en wat je zelf kunt doen.
Wat is RSI of KANS in de elleboog?
RSI en KANS zijn verzamelnamen. Het zijn geen medische diagnoses. Ze worden gebruikt voor klachten aan je arm, nek en schouder die te maken kunnen hebben met werk, houding, herhaling of spanning.
RSI-klachten in je elleboog ontstaan vaak stap voor stap. Je kunt er ook lang last van blijven houden. Deze klachten zie je niet altijd terug op een scan of echo. Maar dat betekent niet dat de klachten niet echt zijn!
Specifieke diagnoses voor elleboogklachten
Er zijn een aantal diagnoses van pijn aan je elleboog. We zetten ze voor je op een rijtje:
Tenniselleboog (epicondylitis lateralis cubiti)
Bij een tenniselleboog is de pees aan de buitenkant van de elleboog overbelast. Je voelt pijn als je je arm strekt. Of als je iets vastknijpt of tilt. Dit komt vaak door steeds dezelfde beweging. Bijvoorbeeld typen, je muis gebruiken of schroeven.
Golferselleboog (epicondylitis medialis cubiti)
Bij een golferselleboog zit de pijn aan de binnenkant van de elleboog. Je voelt pijn als je je pols buigt of iets stevig vastpakt. Deze klacht komt minder vaak voor dan een tenniselleboog.
Slijmbeursontsteking in de elleboog (bursitis olecrani)
De slijmbeurs op de punt van de elleboog is ontstoken. Dit heet een slijmbeursontsteking. Je ziet meestal een zachte en warme zwelling. Deze ontsteking kan ontstaan als je veel leunt op je elleboog.
Ellebooginstabiliteit
Bij ellebooginstabiliteit voelt je elleboog alsof deze klikt of niet stevig is. Dit kan ontstaan na een val of door overbelasting. Je kunt klachten krijgen bij het strekken of draaien van je arm.
Osteochondritis dissecans (OCD)
Een stukje bot of kraakbeen in het ellebooggewricht laat los. Osteochondritis dissecans komt vooral voor bij jongeren en sporters. Je kunt pijn krijgen, een blokkade voelen of een klikkend gevoel hebben in je elleboog.
Cubitaal tunnelsyndroom (beknelling van de nervus ulnaris)
Hierbij zit een zenuw aan de binnenkant van de elleboog klem. Cubitaal tunnelsydroom is een beknelling van de nervus ulnaris. Dit is dezelfde zenuw die je voelt als je je telefoonbotje stoot. Je kunt tintelingen, een doof gevoel of pijn krijgen in je ringvinger en pink.
Andere beknellingen van de nervus ulnaris
De zenuw die je voelt als je je telefoonbotje stoot (nervus ulnaris), kan ook op andere plekken in de arm klem komen te zitten. De klachten lijken op die van het cubitaal tunnelsyndroom.
Radiaal tunnelsyndroom (RTS)
Bij radiaal tunnelsyndroom zit een zenuw aan de buitenkant van de onderarm klem. De klachten lijken op een tenniselleboog. De pijn zit vaak dieper en soms is er geen duidelijke plek aan te wijzen waar de pijn zit.
Beknelling van de nervus radialis
De nervus radialis is een zenuw die op verschillende plekken in de arm klem kan zitten. Dat kan pijn of tintelingen geven in je bovenarm of onderarm.
Beknelling van de nervus medianus
De nervus medianus is een zenuw die loopt door de elleboog en pols. Deze kan klem komen te zitten. De klachten lijken soms op carpaletunnelsyndroom. De pijn of tintelingen zitten dan vaak hoger in de arm.
Artrose in je elleboog
Pijn in je elleboog hoeft niet altijd een RSI-klacht te zijn. Het kan bijvoorbeeld ook komen door artrose. Dat is slijtage van je ellebooggewricht. Doordat je botten minder soepel langs elkaar bewegen, kan dit pijn doen. Deze oorzaak van pijn aan je elleboog komt niet vaak voor.
Aspecifieke klachten voor elleboogklachten
Soms vindt een arts geen duidelijke oorzaak voor je elleboogklachten. In de Multidisciplinaire richtlijn aspecifieke KANS heten deze klachten aspecifieke klachten. Dat betekent dat de oorzaak van deze klachten niet te zien zijn op bijvoorbeeld een echo of scan.
Dit soort aspecifieke klachten kunnen overbelastingsklachten zijn. Een andere term voor deze klachten is myofasciale pijn, of MPS. Myofasciale pijn is een verzamelnaam voor pijn aan je spieren. In je spier zitten soms kleine, gevoelige harde plekken. Zo’n harde plek, wordt wel triggerpoint genoemd. Die pijn op zo’n plek kan zeurend, stijf of stekend voelen.
Ook al hebben aspecifieke elleboogklachten geen duidelijke oorzaak, je kunt er veel last van hebben. De klachten kunnen ook lang duren.
Deze klachten komen níet uit je elleboog
Soms lijkt het alsof je RSI-klachten hebt aan je elleboog, maar komen de klachten eigenlijk ergens anders vandaan.
Je klachten komen (zoals tintelingen) mogelijk niet uit je elleboog zelf, maar uit je nek of schouder. De pijn straalt dan uit vanuit je nek of schouder naar je elleboog.
Heb je wel eens pijn als je knijpt (bijvoorbeeld in je muis) of typt? Dan betekent dat gelukkig niet meteen dat je een peesontsteking of tenniselleboog hebt. Deze term wordt vaak gebruikt, maar soms gaan je klachten vanzelf weer over.
Hoe ontstaan elleboogklachten?
Pijn in je elleboog kan op allerlei manieren ontstaan. Bijvoorbeeld door de taken die je uitvoert, thuis of op je werk. Vaak komt de pijn door een combinatie van meer oorzaken.
We zetten de meest voorkomende oorzaken van RSI-klachten in je elleboog op een rijtje:
Deze dingen op je werk kunnen voor klachten in je elleboog zorgen:
- telkens dezelfde bewegingen (zoals vaak met de polsen draaien, armen en vingers buigen of strekken)
- veel knijpen, grijpen en tillen
- lang in dezelfde houding werken
- herhalende bewegingen waarin je veel of juist helemaal geen kracht zet
- hoge werkdruk: weinig rust of pauzes
Vaak spelen ook persoonlijke factoren mee. Dat betekent níet dat het je eigen schuld is!
Hier kun je klachten door krijgen:
- veel stress, door bijvoorbeeld te betrokken te voelen bij je werk (overcommitment)
- te weinig rust of pauzes krijgen of zelf nemen
Wat kun je zelf doen?
Je kunt gelukkig veel dingen anders doen als je pijn hebt in je elleboog.
Probeer deze tips eens uit:
- blijf bewegen
- zorg dat je je houding en taken goed afwisselt, zowel op het werk als thuis
- controleer je werkplek: kun je deze ergonomischer maken of anders inrichten?
- zorg voor genoeg pauzes
- zorg voor genoeg herstel en ontspanning
Wanneer kun je hulp zoeken?
Je kunt veel last hebben van je elleboogklachten. Daarom kun je altijd je huisarts, bedrijfsarts of therapeut om hulp vragen.
Ga naar je huisarts als:
- de pijn niet weggaat
- je last krijgt van uitstraling, tintelingen of minder kracht
- je stress krijgt of je onzeker voelt door je klachten
Ga naar de bedrijfsarts als:
- je je werk niet meer goed kunt doen door je klachten
- je wilt weten of een aangepaste werkplek kan helpen
- je niet goed weet hoe je kunt blijven werken
Mocht je al in behandeling zijn bij een therapeut, dan kun je jouw therapeut om advies vragen.
Gelukkig hoef je bij elleboogklachten niet altijd direct te stoppen met werken. Bespreek dit met je behandelaar, je kunt soms beter je werkplek aanpassen dan rust houden. Check wel goed of je je werkplek of werk kunt aanpassen, zodat je zonder pijn kunt bewegen.
Wil je meer weten over de klachten die bij RSI horen? En wat je daar zelf aan kunt doen?
Lees ook deze pagina over het klachtenverloop bij RSI-klachten.
Heb je vragen over RSI-klachten in je elleboog?
Neem gerust contact met ons op. De RSI-vereniging geeft onafhankelijke informatie en advies via de RSI-lijn. Wil je praten met mensen die vergelijkbare klachten hebben, dan ben je ook welkom. Daarnaast bieden we ondersteuning bij vragen over werk en zorg.
Inhoud
