Skip to content
 

Je hebt klachten

Eerst sluimert het, maar op een gegeven moment is het niet meer te ontkennen: je hebt pijn in armen, handen, en/of nek. En die pijn belemmert je om te werken en bij je dagelijkse bezigheden. Je gaat daarom toch maar eens naar de huisarts, met een diagnose weet je wat je hebt en krijg je hopelijk informatie om ervan af te komen. Ook is het dan makkelijker om aan anderen vertellen wat er aan de hand is.

Maar helaas, een diagnose is niet altijd zo makkelijk.

Je wilt graag een diagnose

Een gang naar de huisarts en eventueel specialist kan twee soorten antwoorden opleveren.
Het ene antwoord is duidelijk. Je hebt iets en het heeft een naam. Je hebt bijvoorbeeld een tenniselleboog of het carpaletunnelsyndroom.
Het andere antwoord is nogal onbevredigend. Ondanks dat je steeds pijn hebt vinden de artsen niets aanwijsbaars. Je krijgt geen heldere diagnose.

RSI?

Toen er eind 20e eeuw steeds meer mensen met toetsenbord en muis gingen werken, ontstonden er veel pijnklachten aan armen, nek en schouders. Maar duidelijke lichamelijke afwijkingen werden vaak niet gevonden. De aandoening kreeg de naam RSI, Repetitive Strain Injury: pijn die ontstaat door veel en snel herhaalde bewegingen. Het was een naam die inburgerde. Het bleek een aandoening die bijvoorbeeld bij musici altijd al lang bekend was.
De klachten hadden daarmee dan wel een naam, maar artsen konden er weinig mee en konden ook niet aantonen wat er mis is.

Klachten aan armen nek en schouders: KANS

De medische wereld ging het hebben over KANS: klachten aan armen nek en schouders. Dat was in elk geval duidelijk. De mensen hadden klachten.
In 2012 is er een Multidisciplinaire Richtlijn Aspecifiek Klachten aan Armen, Nek en/of Schouders (A-specifieke KANS) opgesteld door een team van deskundigen uit verschillende medische richtingen. Hier vind je deze richtlijn.

In die richtlijn werden de klachten ingedeeld in de al genoemde twee soorten, namelijk: specifieke en a-specifieke klachten.
De richtlijn noemt een groot aantal specifieke klachten. Naast de tenniselleboog en het Carpaletunnelsyndroom bijvoorbeeld ook de triggerfinger, artrose, en nog veel meer.
De richtlijn beveelt aan om goed te onderzoeken of er specifieke klachten zijn. Dat is het eerste wat moet gebeuren.

Als er geen specifieke diagnose gesteld kan worden, dan gaat het dus om ‘a-specifieke klachten’. En dan heb je een diagnose, maar het blijft wel een beetje vaag. De diagnose is een overblijfsel. Trouwens 90% van rugklachten zijn ook a-specifiek. De gevoelde pijn is in alle gevallen helemaal niet vaag, maar duidelijk aanwezig,
Als het niets gevonden wordt dan zijn het A-specifieke klachten. A-specifieke KANS komt overeen met wat in het spraakgebruik RSI wordt genoemd.

RSI als beroepsziekte

Doordat het nu KANS heet, wordt soms gezegd dat RSI niet meer bestaat. Maar de symptomen van RSI bestaan nog steeds: pijn, krachtverlies, tintelingen en dergelijke.
Als de klachten samenhangen met werk en er sprake is van veel en herhalende bewegingen, en/of overbelastende houdingen, dan kan de bedrijfsarts de diagnose RSI stellen.

RSI is een erkende beroepsziekte, die ontstaat door overbelasting in het werk. Ook dan heb je dus een diagnose. RSI is een van de meest gerapporteerde beroepsziekten.
Maar scholieren en studenten, die werken voor hun eigen ontwikkeling, kunnen het net zo goed krijgen. De studentenarts heeft er ook ervaring mee.

Diagnose RSI

De moeilijk te diagnosticeren pijnklachten van RSI komen in de medische wereld overeen met a-specifieke KANS. Als ze voortkomen uit het werk dan is RSI het een erkende beroepsziekte, die de bedrijfsarts kan vaststellen.

Meer weten?

Wil je meer weten over RSI, kijk dan hier verder:
Wat is RSI?
Diagnose A-Z
Feiten en cijfers
Onderzoek

De RSI-vereniging heeft meegeholpen aan de KANS richtlijn.
Wil je meer weten over de RSI-vereniging en wat deze voor jou kan betekenen, kijk dan hier verder.

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back To Top